Geplaatst op 23 juli 2010
Vraagt een crimineel in de bajes: "Wil je mijn moeder even vragen of ze de wasmachine voor me leeghaalt?" In een paar seconden moet de advocaat beslissen wat hij doet. Belt hij en blijkt het telefoontje een verborgen, criminele boodschap te bevatten, dan is hij de klos.
Gewone verzoekjes zijn niet altijd zo onschuldig als ze lijken, weet strafrecht advocaat Job Knoester uit Den Haag. "Het is oppassen. Je moet altijd scherp blijven." Advocaten Willem en Hans Anker brengen daarom geen enkele boodschap van hun gevangen cliënt naar buiten. Mondeling noch schriftelijk. "Codetaal kan immers aanwezig zijn. Wij zijn advocaten, geen postduiven."
Advocaten die criminelen als cliënt hebben, lopen over heel dun ijs. Ze krijgen niet zelden forse geldbedragen aangeboden als ze een bepaalde dienst willen leveren. Ook worden ze regelmatig onder druk gezet om te doen wat de cliënt wil. "Vermogende cliënten komen soms met vergaande verzoeken", vertellen de Ankers. "Er wordt dan gesteld: 'Wij betalen u toch goed!' Dat is voor ons natuurlijk geen criterium. Regelmatig wordt gevraagd om bepaalde getuigen, die belastende verklaringen hebben afgelegd, te benaderen of op kantoor uit te nodigen voor een indringend gesprek. Je moet als advocaat dan geen enkele ruimte geven. Dus is het einde verzoek en soms ook einde van de rechtsbijstand."
Strafrechtadvocaten moeten een rechte rug hebben, stelt Ybo Buruma, hoogleraar strafrecht en rechter. "Daarom is iemand als Spong een topadvocaat. Zelfs de zwaarste crimineel weet dat hij onaantastbaar is." Afstand houden tot de cliënt, dat is de essentie: "Laat je nooit door hem of haar fêteren, want dan word je kwetsbaar."
Job Knoester, die onder meer tbs'er Wilhelm S. bijstond, is zich daar zeer van bewust. Voor hem geen gezellige middagen samen langs het hockeyveld of na afloop een lekker borreltje in de kroeg: "Als er een vriendschap ontstaat, wordt het moeilijker om vervolgens nog 'nee' tegen iemand te zeggen. Dan krijg je toch, al is dat soms onterecht, de schijn tegen." Volgens misdaadjournalist Peter R. de Vries kan de relatie tussen een advocaat en een cliënt er uitzien als een vriendschappelijke relatie, maar hoeft het dat niet te zijn. "Bram Moszkowicz heeft wel eens een glas met Holleeder gedronken en daarmee zou hij meer dan een zakelijke relatie met zijn cliënt hebben. Die twee hebben al twintig jaar een zakelijke relatie en dan ontstaat er op een gegeven moment een vertrouwensrelatie. Net zoals je dat na zo'n lange tijd met je huisarts of tandarts kunt krijgen. Het gevolg daarvan is dat, als je elkaar in een restaurant tegenkomt, je elkaar niet straal voorbij loopt maar even aanschuift. Dat wil beslist niet zeggen dat je je daardoor associeert met je cliënt. Ik vond Moszkowicz soms op het overdrevene af afstandelijk."
Willem Anker ziet het zo: "De advocaat houdt de regie en dat vertellen we onze cliënten gelijk. Wij zijn immers niet het verlengstuk van de verdachte en ook niet zijn mond. Wij bepalen, als het kan in overleg met de cliënt, de inhoud, kleur en toon van de verdediging. Als advocaat en cliënt op die punten niet meer door één deur kunnen, nemen wij afscheid van de cliënt. Dat gebeurt enkele keren per jaar." Goede advocaten, zegt Peter R. de Vries, weten dondersgoed dat ze veel te verliezen hebben: hun reputatie. Daarom stellen ze zich zeer formeel op. "Natuurlijk zitten er zwakke broeders tussen, maar veruit de meesten hebben niet voor dit werk gekozen om rijk te worden. Het gros doet zijn werk met verantwoordelijkheid en een groot gevoel van rechtvaardigheid." Zo weigerde advocaat Job Knoester de moeder van de verdachte te bellen met het verzoek de wasmachine voor hem leeg te halen. "Gelukkig maar. Even later bleek er tijdens een huiszoeking twee kilo coke in te zitten."
Bron: PZC - 20 februari 2007