Geplaatst op 6 april 2010
Internet kan werken als een volksgericht, vindt internetsocioloog Albert Benschop. Zeker als misstanden op een site als YouTube terechtkomen, kan de volkswoede gevaarlijke proporties aannemen. Voor de kinderrechter in Arnhem was de media-aandacht in de happy slapping-zaak begin deze week zelfs een verzachtende omstandigheid.
‘Mijn cliënt kon niet inzien dat een dergelijke volkshetze zou plaatsvinden’, vertelt advocaat Inez Diepenbach. De jongen, destijds twaalf jaar oud, maakte deel uit van een groepje vrienden dat een zwakbegaafde jongen pestte en in elkaar sloeg. Filmpjes van wat ze deden, kwamen op YouTube terecht en zorgden voor massaverontwaardiging. Diepenbach: ‘Zijn adres werd op forums gezet, hij werd bedreigd en was bang op straat herkend te worden.’ Toen bekend werd dat het slachtoffer in de filmpjes autistisch en zwakbegaafd was, werden de reacties furieus (‘Jullie zullen te grazen worden genomen!’). Kranten schreven over de mishandeling en Den Haag wilde spontaan snelrecht invoeren en sites als YouTube aan banden leggen. In de uitspraak van de rechter werden de effecten van de bedreigingen op de jongens meegenomen als verzachtende omstandigheid. De YouTube-zaak uit Arnhem is volgens Benschop exemplarisch voor de snelle veroordeling die via internet plaatsvindt. ‘Mishandeling van een zwakkere is schandalig en eenvoudig te veroordelen.’ Volgens Benschop zijn de filmpjes op YouTube geen tekenen van nieuw geweld, maar van gedocumenteerd geweld. ‘We krijgen iets te zien dat er altijd al was. Wat al op het schoolplein gebeurde, is nu op internet te zien.’ Het Nifterlake college in Maarssen zag in 2006 hoe snel een hype zich op internet ontwikkelt. Een vechtpartij tussen drie meisjes in de aula van de school werd met een mobieltje gefilmd en op YouTube gezet. ‘Ik ben geschrokken van de vechtpartij, maar ook van de onbeheersbaarheid van wat er daarna mee is gebeurd’, vertelde rector Ter Laak na afloop. De namen van de vechtende meisjes stonden op GeenStijl, met een link naar het online profiel van een van hen (‘Ik zou haar kapot schieten!!!!’). ‘Een buitenproportionele reactie’, noemt socioloog Benschop de massaverontwaardiging over sommige zaken die via internet aan het licht komen. ‘Deze volkswoede tegen daders is nieuw. Je ziet nu beelden waarover je vroeger alleen een krantenbericht had gelezen.’
‘Het grote publiek dat op internetsites reageert, doet dat heel primair’, vindt strafrechtadvocaat Job Knoester. Hij verdedigde Thierry T, verdacht van betrokkenheid bij de moord op Pascal Triep in januari 2007. Deze zaak kreeg enorm veel aandacht nadat het Algemeen Dagblad een filmpje van de laatste minuten van het slachtoffer op haar site had geplaatst. Thierry T. werd vrijgesproken van moord, zijn zoon werd veroordeeld. Strafrecht advocaat Knoester spande een rechtszaak aan tegen het AD en GeenStijl wegens het plaatsen van het filmpje en het tolereren van de reacties er op. ‘Mijn cliënt werd veroordeeld ver voor het vonnis van de rechtbank. Dat heeft de rechter in haar uitspraak ook gezegd.’ In januari besloot het Openbaar Ministerie het AD en GeenStijl niet te vervolgen. Raadsman Knoester wil in ieder geval nog achter die laatste aan omdat er persoonlijke gegevens van verdachten en bedreigingen op de site stonden. Strafpleiter Knoester: ‘Sites moeten voorkomen dat bepaalde reacties worden geplaatst.’ Advocate Diepenbach is het hier mee eens: ‘Ook mijn cliënt is door het publiek veroordeeld, al ruim voor de kinderrechter hem een straf heeft opgelegd.’
Bron: De Pers - 18 april 2008