Rechtbank geeft passende straf vanwege psychische problemen

Een voorwaardelijke gevangenisstraf van 10 maanden, dat is voor veel mensen een goede stok achter de deur om niet meer de fout in te gaan. Maar niet voor cliënt Maarten. Kort nadat hij vrij kwam, en met  de dreiging van die 10 maanden gevangenisstraf boven het hoofd, pleegt hij een overval op een tankstation.

Dit kon op weinig sympathie rekenen van de officier van justitie, zij eiste bij de Rechtbank een gevangenisstraf van 2 jaren en het uitzitten van 5 maanden van de 10 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. Op het eerste gezicht een logische eis. Een overval is een ernstig strafbaar feit en van eerdere straffen had Maarten kennelijk niets geleerd. Maar in het geval van Maarten was er meer aan de hand. Maarten is namelijk een jongen met hele ingewikkelde psychische problemen. Daarnaast was hij ten tijde van de overval verslaafd aan harddrugs. Op het moment dat de zaak door de rechtbank werd behandeld, was Maarten alweer geruime tijd opgenomen in een psychiatrische instelling en daar ging het op zich goed. De psychiatrische instelling had een rapport voor de Rechtbank geschreven waarin duidelijk werd gemaakt dat hij nog lange tijd intensief moest worden behandeld. Zo’n behandeling was niet mogelijk in de gevangenis.

Passende straf vanwege psychische problemen

De Rechtbank heeft bij het bepalen van een passende straf veel rekening gehouden met de noodzaak om de psychische problemen van Maarten te behandelen. De Rechtbank veroordeelde Maarten tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde dat hij zich moest laten behandelen in de psychiatrische inrichting. Daarnaast zinspeelde de Rechtbank op de oplegging van een lange taakstraf, maar in het deel van het vonnis waar de beslissingen zijn uitgewerkt was niets over een taakstraf terug te lezen. Deze vergissing van de Rechtbank en het feit dat er een veel lagere straf was opgelegd dan geëist, was voor de officier van justitie reden om in hoger beroep te gaan. Maarten en ik besloten ook om hoger beroep in te stellen omdat Maarten met deze uitspraak nog ongeveer twee maanden terug zou moeten naar de gevangenis. Dat zou betekenen dat hij zijn behandeling moest onderbreken en dat hij weer te makkelijk aan drugs zou kunnen komen.

In hoger beroep en een nieuwe behandelaanpak

Ruim één jaar later werd het hoger beroep in de zaak van Maarten behandeld door het Gerechtshof. In de tussentijd was er bij Maarten een nieuwe diagnose gesteld. Door zijn bovengemiddelde intelligentie was hij in staat geweest om bepaalde facetten van zijn stoornis te maskeren, maar onbedoeld zette hij daarmee zijn behandelaars op het verkeerde been. Hij was al die tijd verkeerd behandeld. Er is voor een nieuwe behandelaanpak gekozen. Die nieuwe benadering slaat aan en Maarten maakt grote stappen. Hij blijft van de drugs af, pleegt geen nieuwe strafbare feiten en is uiteindelijk zo ver in zijn behandeling dat hij van de gesloten afdeling af mag. Daar komt bij dat hij er inmiddels aan toe is om openheid van zaken geven. Ten overstaan van het Gerechtshof biecht hij op dat hij de overval heeft gepleegd. Bij de Rechtbank had hij dit nog ontkend. Maarten betuigt spijt en verzoekt de advocaat-generaal en het Gerechtshof rekening te houden met de omstandigheden waaronder hij het feit heeft gepleegd (verslaafd aan drugs en met een verkeerd behandelde psychiatrische stoornis) en de enorme stappen voorwaarts die hij in de afgelopen periode had gemaakt.

Zijn verhaal maakt indruk, de advocaat-generaal eist een gevangenisstraf van 9 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde dat hij zich verder laat behandelen. Daarnaast eist zij een taakstraf van 240 uren. Deze eis is in lijn met de straf waar B. en ik op ‘hoopten’, geen reden dus om de standpunten van het openbaar ministerie aan te vallen. Wel stip ik – zij het in verkorte vorm – de argumenten aan waarom Maarten en ik menen dat de geëiste straf passend is.

Het Gerechtshof overweegt dat een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de overval passend was geweest maar omdat Maarten heeft bekend, spijt heeft betuigd, van de drugs af is gebleven en gemotiveerd meewerkt aan zijn behandeling heeft het Gerechtshof de overtuiging gekregen dat hij in de toekomst niet nog eens in de fout zal gaan. Het Gerechtshof volgt de eis van de advocaat-generaal, een beloning van goed gedrag en het geven van openheid van zaken.

Meer over Strafrecht

Contactinformatie

Laan van Nieuw Oost-Indië 133N
2593 BM Den Haag

Postbus 95556
2509 CN Den Haag

Tel: 070 347 01 11

Kennismaken

High Trust
Dit kantoor werkt op basis van High Trust samen met de Raad voor Rechtsbijstand.